Theorie
Spanning en stroom
Proef — schuif eerst
Eén lus, 12 volt, één lamp. Alleen de ohm verandert. Kijk wat de lamp doet.
De 12 volt wordt verdeeld
12 V ÷ 48 Ω = 0,25 A
24 Ω is ongeveer even groot als de lamp. Ze delen: ± 6 V voor de lamp.
Van de plus van de batterij, één kabel rond door de last, terug naar de min. Daarna de schakelaar: open stopt de stroom, dicht laat ze lopen.
- 1
Stroom loopt alleen in een lus: van de plus, door de lamp, terug naar de min.
- 2
Spanning is de duw. Stroom is wat beweegt. Zonder lus staan de electronen stil — de duw is er, de beweging niet.
- 3
Schakelaar open = lus kapot = lamp uit. Dicht = stroom loopt = lamp aan.
- 4
Weerstand is een kiertje in de lus. Schuif de ohm in de proef: meer ohm, minder ampère, zwakkere lamp. U = I × R.
- 5
Plus op plus duwt tegen elkaar: er loopt niets.
- 6
Plus rechtstreeks aan min is kortsluiting. Dat wordt heet. Je hebt even om de lus te breken.
Onthoud
- Wet van OhmU = I × R
- StroomI = U / R
- EenhedenV, A, Ω
Daarna: puzzels. Op het einde een proefbank, dan vijf examenvragen.