Home

Les: Laadpalen en het huis

Theorie

Laadpalen en het huis

Verdeel de kast, dim de paal. Eerst de REM: teller 40 A + omvormer 25 A mag niet samen op de 40 A-kabel naar de automaten.

  1. 1

    Teller 40 A en omvormer 25 A mogen niet samen op de 40 A-kabel tussen teller en automaten. 40 + 25 = 65 A. Daar vliegt het huis.

  2. 2

    Achter de automaten is elk kringetje beveiligd. Het probleem zit vóór die automaten: de kablage van de woning.

  3. 3

    Een REM is een gewone automaat, In gelijk aan de teller (40 A). Teller én PV op de lijnzijde, 65 A-kabels. Lastzijde 40 A naar het huis.

  4. 4

    Hang je de omvormer ná de REM, ziet de automaat die 25 A niet. De huis kabel wel. Dan brandt het alsnog.

  5. 5

    Een laadpaal 1×32 A is 7 kW. 3×16 A is 11 kW. Dimmen als de huislast vol zit.

Onthoud

  • 1 faseP = U × I (230 V)
  • 3 faseP = √3 × 400 × I
  • REMIn = I_teller (lastzijde)

Daarna: puzzels. Op het einde een proefbank, dan vijf examenvragen.